Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid, de zondag na Pasen.
In 2020 is dat 19 april.

En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden.

Mt 6,7

Nieuws

Afbeelding Goddelijke Barmhartigheid

Te verkrijgen:
50 x 90 cm € 20.00 per stuk, exclusief verzendkosten.
33 x 60 cm € 15.00 per stuk, exclusief verzendkosten.
Zolang deze voorradig zijn.

Barmhartigheidszondag

Weer een Unicum voor Uden.

Tijdens een Pontificale eucharistieviering op maandag 2e paasdag 2014 is Mgr. Hurkmans voor gegaan bij de Zusters Birgittinessen in Uden. Tijdens deze viering vond de ontvangst (verering) plaats van een relikwie van Zuster Faustina.
Dit is de eerste Relikwie van de heilige Zuster Faustina in een Nederlandse Parochie.

Barmhartigheidszondag

Zondag 11 april 2021

Wij nodigen u van harte uit om het feest van Gods barmhartige liefde op de 1e zondag na Pasen met ons te vieren. De noveen begint op Goede vrijdag (2 april 2021)

Welkom

Programma

Helaas door Corona-virus gaat deze lezing en Barmhartigheidsviering op zondag 19 april niet door.
Alternatief geeft Pastoor M. Massaer 3 lezingen in de Goede week op Radio Maria.      Maandag 6, Dinsdag 7,en  Woensdag 8 april.     Van 11.00 tot ca 11.55 uur.

Voor Barmhartigheidszondag verwijzen we naar uitzending van de Kommel:    
https://kommel.nl/actuele-informatie met doorverwijzing naar livestream

Een boete overdenking hieronder:

Overdenking bij het Sacrament van Boete en Verzoening.
Bij het naderen van het Sacrament van Boete en verzoening, de biecht, worden we altijd met enige schroom vervuld. We schamen ons om voor onze zwakheden uit te komen. We schamen ons tegenover de priester om hem te zeggen waarin wij bewust of onbewust toegegeven hebben aan bv. de verleidingen, onmatigheden en minachtingen naar anderen.
We willen ons graag groot houden, we willen sterk staan en geen zwakkeling zijn. We willen graag een goed mens zijn en bij de mensen in de omgeving in de smaak vallen, we willen niet dat mensen negatief over ons spreken. Maar ergens komen we onszelf toch tegen dat wij niet zo zijn zoals wij zouden willen zijn. 

Bij biechten denken veel mensen allereerst aan wat zij verkeerd gedaan hebben. En dan zeggen veel mensen: ik doe toch niets verkeerds. Ja, wat doen we verkeerd? Wie doet er verkeerd? En toch zeggen we dat de wereld slecht is. Maar biechten is veel meer dan alleen maar je herinneringen ophalen en opzeggen wat je verkeerd gedaan zou hebben. God weet dat allemaal  allang. Bovendien, gedane zaken nemen geen keer, gebeurd is gebeurd. We blijven echter achter met een gevoel van spijt, berouw over wat wij gedaan hebben. Wij hebben verlangen naar vergeving, aan Iemand die vergeeft met gezag. Jezus Christus vergeeft de mens met een goddelijk gezag.

Maar voor wie biechten wij eigenlijk? Voor onszelf, voor de priester, voor de mensen in de omgeving, … of voor God? Het gaat uiteindelijk om Hem. Wil ik goed biechten, dan is het allereerst nodig dat ik kijk naar de relatie die ik met God heb, met Jezus Christus.
Neen, we moeten het omkeren. Voordat ik kijk naar mijn relatie met Hem, is het nodig dat ik kijk naar Zijn relatie met mij. Ik moet eerst gaan zien hoezeer Hij mij liefheeft. Om zijn liefde voor mij te zien kan ik twee dingen voor ogen houden: Zijn afscheidsrede en Zijn kruis.

Lees eerst de afscheidsrede van Jezus in het Johannesevangelie, hoofdstuk 14-16. Als iemand overleden is, vragen wij wel eens: “Wat waren zijn laatste woorden? Had hij of zij nog een boodschap?” Die laatste woorden, zo vermoeden wij, komen recht uit het hart van die mens, zijn ongeveinsd. De afscheidsrede zijn de laatste woorden van Jezus. Zij komen recht uit zijn liefdevol hart. Jezus laat zijn hart spreken. Zijn woorden zijn voor ons een bemoediging en een aansporing.

In die afscheidsrede zegt Jezus: “Ik noem u geen dienaars meer, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb Ik vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord.” (Joh. 15,15)
Het is heel bijzonder als je tegen iemand kunt zeggen: Jij bent mijn vriend. Dan zeg je heel veel. Jezus opent hier zijn hart voor zijn apostelen en, over de hoofden van de apostelen heen, voor iedere mens die naar Hem luistert, voor iedere mens die zijn hart voor Jezus opent, voor heel de Kerk, dus ook voor jou.

Wat kenmerkt nu echte vriendschap? Echte vrienden hebben geen geheimen voor elkaar. Anders zou de een kun zeggen: Waarom zeg je het mij niet? Ik ben toch je vriend! Tegen mij kun je het vertellen. Vertrouw je mij soms niet? Jezus zegt in zijn afscheidsrede: “Ik heb jullie alles verteld wat ik van de Vader gehoord heb.” Jezus zegt: Ik heb geen geheimen voor jullie. Maar hebben jullie geheimen voor Mij? Dat bezoedelt ‘onze’ vriendschap. Nu mag ik mij de vraag stellen: Ben ik doorschijnend naar Jezus Christus toe? Bid ook psalm 139: ‘Gij kent mij en Gij doorschouwt mij’. Durf ik mijzelf te laten zien, durf ik mijzelf bloot te geven om te groeien in vriendschap met Jezus Christus? 

Het tweede kenmerk van vriendschap is, dat vrienden elkaar geschenken geven. Vriendschap kent verschillende graden. Als je bij iemand op bezoek gaat neem je een fles wijn of een bos bloemen mee. Is de vriendschap intiemer dan worden de geschenken kostbaarder: een grotere bos bloemen of meer flessen wijn. Jezus zegt: ‘Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.’ (Joh. 15,14) Jezus geeft zijn leven op het kruis, Hij geeft Zichzelf als liefdesgave voor zijn vrienden. Op het kruis wordt zichtbaar hoe groot, hoe intens zijn liefde is voor zijn vrienden, en dus voor mij. Nu moet ik opnieuw naar mijzelf kijken? Wat heb ik voor Jezus Christus over? Hoever gaat mijn liefde voor Hem? Waar vind ik in mij de blokkade waardoor ik niet verder kan groeien in de vriendschap  met Hem? Waar zeg ik: ‘Ho, tot hier en niet verder.’ We hebben allemaal onze uitvluchten: ‘Dat kan God toch niet van mij vragen?’ Maar ben ik bereid om omwille van mijn vriendschap voor Jezus Christus te lijden? Lijd ik met mijn Vriend mee, als Hij lijdt? Of laat ik Hem dan alleen, laat ik Hem vallen zoals apostelen in de Hof van Olijven? Houd toch het kruis van Christus voor ogen: hoe Hij in zijn liefde voor jou tot het uiterste is gegaan! 
Onvrede in het hart ontstaat als ons onrecht aangedaan is. Hoeveel onrecht hebben ze Christus niet aangedaan? Tot op het kruis toe blijven ze Hem bespotten zonder mededogen. Dan lijden wij met Hem mee.

God, Jezus Christus vraagt geen geschenken van jou, wat Hij vraagt is: Jouzelf! Jijzelf bent zijn grootste geschenk. Stel je eens voor dat je je verjaardag wilt vieren en je nodigt je vrienden uit, je nodigt hen uit die jij ten zeerste liefhebt. Maar al je vrienden komen niet, ze sturen je wel een kaart en allerlei cadeaus. Wat zeg je dan: ‘Het gaat mij niet om jouw cadeau, jij bent mijn grootste cadeau. Mensen kunnen zeggen: Kijk eens wat ik voor God gedaan heb! Is dat wat God van je vraagt? God vraagt jou! Jijzelf bent zijn grootste geschenk. God zegt: ‘Komt allen die dorst hebt, hier is water; en gij, die geen geld hebt, komt, koopt koren en eet zonder geld, en drinkt zonder betaling wijn en melk.’ (Jes. 55,1) God verlangt naar je. Hij zegt: Kom tot mij, zonder geld. Jij bent mijn grootste cadeau, jij bent mijn schat;  en Ik trakteer! 

Het derde kernmerk van vriendschap zien we ook terug in de afscheidsrede van Jezus. Vrienden willen bij elkaar zijn en bij elkaar komen. Wij zeggen tegen onze vrienden: Kom op bezoek, laten we samen iets gaan drinken of eten. Laten we samen iets gaan doen: wandelen, sporten, op vakantie gaan. Jezus zegt: ‘Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn waar Ik ben.’ (Joh. 14,2-3) Jezus wil met ons samen zijn in het huis van de Vader, en Hij wil niets liever dan ons brengen naar het huis van de Vader. Dat is zijn opdracht, dat is zijn motivatie. Hij is onze Redder. Wil ook ik met Hem samen zijn in het huis van de Vader? Wil ik bij Hem op bezoek gaan? Wil ik in het Zijne zijn?

Met deze gedachten kunnen wij ons geweten onderzoeken: Gaat mijn vriendschap voor Jezus boven ieder andere vriendschap en boven alle liefde voor aardse zaken? Een verliefd stel zal toch ook alle ruimte en tijd vrij maken om in liefde en waarheid bij elkaar te zijn? De mensen moeten als het ware aan mijn ogen kunnen zien dat ik Jezus Christus bemin. De mensen moeten kunnen zien of ervaren dat Jezus Christus woont in mijn hart. Dat kan ik laten zien, als ik mijn medemens liefheb met die liefde waarmee Christus mij liefheeft. De mensen moeten in mij Christus ontmoeten.

Met deze vriendschap en liefde in gedachten, voor ogen, kan ik mijzelf onderzoeken waar ik mij verberg, waar ik blokkeer in een totale overgave naar Jezus Christus, waar ik tekortschiet in mijn liefde voor de naaste.

Als wij nu gaan biechten vragen wij Christus om vergeving, wij bieden onze excuses aan. Hij vergeeft ons en schenkt ons zo vrede: Vrede laat Ik u na, mijn vrede geef Ik u. Jezus wil onze vrede, dat wij bij Hem thuis mogen zijn in vrede. Bij Hem mag ik zijn wie ik ben. In de biecht herstel ik mijn vriendschap met Hem en Hij neemt mij weer aan als zijn vriend. De priester is bekleed met goddelijk gezag en zegt: Ik ontsla u van uw zonden, in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Dit sacrament is een sacrament van bevrijding en van leven. Met de psalmist kunnen we zingen in psalm 116: Thans wandel ik vrij voor Gods aanschijn, in het land waar de levenden zijn. En de priester zegt: De Heer heeft uw zonden vergeven, ga nu heen in vrede. 

De Heer is: het Lam Gods dat wegnéémt de zonden der wereld. Hij néémt de zonden en de last van de zonden weg. En als Hij ze wegneemt, zijn ze ook echt weg. Hij vernietigt de zonde, zodat die niet meer bestaat. De Heer bevrijdt ons van alle zonden, en daarom is de biecht het sacrament van de bevrijding, het sacrament van de vreugde.

Zonder Zijn vriendschap voor ogen wordt de biecht wettisch, koud en zakelijk, het wordt een opsommen van dingen die gebeurd zijn. Het is veel meer het sacrament van berouw van verloren vriendschap, dat ik mijn vriendschap met Christus bezoedeld en beschadigd heb. Ik bied Hem mijn excuses aan en ik vraag Hem om vergeving om weer als vriend opgenomen te worden in zijn goddelijk hart.

Hoe het in een biechtgesprek gaat staat in onderstaande biechtritus en om mijzelf en mijn vriendschap voor Christus te onderzoeken kan ik onderstaande ‘biechtspiegel’ gebruiken.

 

Ritus van het Sacrament van Boete en Verzoening

De priester (P)  en de boeteling (B)maken samen het kruisteken:

Pr.   In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
B.    Amen.

De priester zegt, of met overeenkomstige woorden:

Pr.   God die als een licht is opgegaan in ons hart,
geve dat u oprecht uw zonden erkent      en zijn barmhartigheid ondervindt.
B.    Amen.

Nu belijdt de boeteling zijn zonden met de woorden:

B.    Ik belijd voor de almachtige God en      voor u, vader, dat ik gezondigd heb.
De laatste keer dat ik gebiecht heb,     was...

De boeteling belijdt nu zijn zonden.
Zo nodig helpt de priester de boeteling.

      De boeteling kan afsluiten met:
B.    Ik sluit hierbij alle zonden uit mijn vroegere leven in en vraag de heilige absolutie.

De priester geeft passende raad,
legt de boeteling een boete op en vraagt hem uitdrukking te geven aan zijn berouw, door te zeggen:

B.    Heer Jezus, Zoon van God, wees mij zondaar genadig.

Ofwel:
B.    Barmhartige God, ik heb spijt over mijn zonden,
omdat ik uw straffen heb verdiend,
maar vooral, omdat ik U,
mijn grootste Weldoener en het     hoogste Goed, heb beledigd.
Ik verfoei al mijn zonden en beloof,
met de hulp van uw genade,
mijn leven te beteren en niet meer te zondigen.
Heer, wees mij zondaar genadig.

De priester strekt zijn rechterhand uit in de richting van de boeteling, maakt het teken van het kruis en ontslaat hem van zijn zonden met de woorden:

Pr    God, de barmhartige Vader,
heeft de wereld met zich verzoend
door de dood en de verrijzenis van zijn Zoon
en de Heilige Geest uitgestort tot vergeving van de zonden;
Hij schenke u door het dienstwerk van de Kerk vrijspraak en vrede. En ik ontsla u van uw zonden In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
B.    Amen.

P.    Brengt dank aan de Heer want Hij is      genadig.
B.    Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
P.    De Heer heeft uw zonden vergeven. Ga     in vrede.
B.    Wij danken God.


Biechtspiegel om mijn geweten te onderzoeken
1.   Ga ik biechten met een oprecht verlangen naar herstel van de vriendschap met Jezus Christus of beschouw ik het als een last?
2.   Heb ik bij vorige biechten zware zonden vergeten of bewust verzwegen?
3.   Heb ik de opgelegde boete volbracht? Gedaan onrecht hersteld? Voornemens in praktijk gebracht?

1.      “Gij zult geen andere goden hebben ten koste van Mij, maar alleen Mij aanbidden en boven alles beminnen”

Wat zijn mijn afgoden?
Kijk ik teveel televisie of internet?
Ben ik onmatig in voedsel of drank?
Is mijn werk of hobby een afgod?
Welke waarde heeft geld voor mij?
Bid ik 's avonds en 's morgens?
Bid ik aan tafel?
Dank ik God ook voor het goede?
Bid ik met aandacht?
Probeer ik God en Jezus Christus echt te beminnen?

2.      “Gij zult de Naam van de Heer, uw God, niet zonder eerbied gebruiken”
Heb ik gevloekt?
Spreek ik met eerbied over God en over zijn Kerk?
Beschuldig ik God en zijn Kerk als oorzaak van onheil of verdriet?
Laat ik mij leiden door mijn eigen mening of vraag ik een priester ook om raad?
Zoek ik teveel mijn eigen eer?
Kom ik op voor God, voor zijn Kerk en voor het geloof?

3.      “Wees gedachtig de dag des Heren dat gij de dag heiligt”
Bezoek ik in het weekeinde de H. Mis?
Verwaarloos ik de zondagsheiliging door te veel werk, gejaagdheid of luiheid?
Ben ik eerbiedig in de kerk?
Volg ik de H. Mis aandachtig of dwaal ik gemakkelijk af?
Is mijn misbezoek een automatisme?
Leef ik gejaagd?
Vertrouw ik op Gods bijstand?

4.      “Eer uw vader en uw moeder”
Heb ik respect (getoond) voor mijn ouders en ben ik hen dankbaar?
Toon ik hen die dankbaarheid wel eens?
Houd ik rekening met hen of denk ik alleen aan mezelf?
Was ik kortaf of brutaal tegen hen?
Ben ik hen hulpvaardig?
Draag ik bij aan een goede sfeer in mijn omgang met anderen?
Ben ik snel geprikkeld?
Ben ik egoïstisch?
Ben ik zorgzaam voor mijn kinderen?
Ben ik ais christen een voorbeeld voor mijn gezin?
Span ik me in bij mijn werk en studie?
Zet ik me in voor mensen die het moeilijk hebben?

5.      “Gij zult niet doden”
Laat ik mensen links liggen?
Kijk ik op mensen neer?
Haat ik bepaalde personen?
Spreek ik negatief over anderen?
Luister ik ook echt naar de ander?
Gun ik een ander voorspoed en geluk of ben ik jaloers?
Probeer ik ruzies bij te leggen?
Kan ik vergeven?
Neem ik onverantwoorde risico's in het verkeer of bij sport en spel?
Ben ik gewelddadig geweest?
Heb ik medewerking verleend aan pogingen tot abortus, euthanasie of andere vormen van doding?

6.      “Gij zult geen onkuisheid doen”
Heb ik eérbied voor mijn lichaam?
Viel ik in zelfbevrediging?
Leef ik al voor het huwelijk samen?
Ben ik trouw in het huwelijk?
Bedreef ik overspel?
Beleef ik het huwelijk naar Gods wil?
Eerbiedig ik wat de Kerk hierover zegt?

7.      “Gij zult niet stelen”
Respecteer ik het openbaar bezit?
Respecteer ik het bezit van anderen?
Heb ik gestolen?
Heb ik gedaan onrecht hersteld?
Heb ik schulden goed gemaakt?
Ben ik eerlijk aan .zaken gekomen?
Heb ik belasting ontdoken?
Heb ik de ander genegeerd of verwaarloosd?

8.      “Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen”
Heb ik gelogen?
Bezorgde ik mensen een slechte naam?
Deed ik mee met roddel?
Kwam ik voor een ander op?
Verdraaide ik de waarheid?
Was ik bang ‘vrienden’ te verliezen?

9.      “Gij zult geen onkuisheid begeren”
Zijn mijn gedachten zuiver?
Zet ik verkeerde gedachten van me af?
Is mijn oog altijd zuiver?
Keek in naar onzedige afbeeldingen?
Las ik onzedelijke lectuur?
Hoe keek ik naar mensen? Zoals God of oordeelde ik hen naar de buitenkant?

10.   “Gij zult niet onrechtvaardig begeren, wat uw naaste toebehoort”
Ben ik tevreden met wat ik heb?'
Ben ik jaloers?
Help ik hen die minder hebben?

Denk ik alleen aan mijzelf?

 

Haar sterfdag is op 5 oktober 1938.

Iedereen is van harte welkom !

Download hier het affice
Download hier de folder

 

Plaats & Tijd

Plaats

Vorstenburg 1, 5401 AZ Uden

Tijd

Zondag 11 april 2021

5 oktober 1938 (sterfdag),
geboorte van Zst. Faustina in de hemel)